Door Tom Dehaene, Gedeputeerde provincie Vlaams-Brabant
‘Door vochtproblemen is de street art in de Paterskerk in Halle niet meer te redden.’ Een klein detail in de artikels over de renovatie, maar het bleef me bij. De street art van Smates was ooit het decor voor het gedwongen afscheidsfeest van het Vlaams-Brabantse cultuurbeleid. Nu, bijna 10 jaar later, lijkt dit symbolisch.
Helaas, waar de provincies toen voor waarschuwden wordt nu steeds zichtbaarder. Kleinere culturele organisaties kunnen niet concurreren met de grote spelers voor Vlaamse subsidies. De amateurorkesten, -toneelverenigingen en -koren verloren niet alleen hun beperkte financiële ondersteuning, maar ook begeleiding en het advies. Er kwam geen volwaardige opvolging vanuit Vlaanderen en het gaat de mogelijkheden van kleinere gemeenten te boven.
Het Bovenlokaal Cultuurdecreet moest dit opvangen. Maar minister Gennez schrapte al het budget voor kleinere bovenlokale projecten en daar komt nog een besparing van 4,7 miljoen euro bij. Resultaat: minder ondersteuning, minder projectkansen en meer de druk op de gemeenten.
Vooral in ‘de provincie’ wordt dit gevoeld. Nog meer geld voor cultuur zal gaan naar de centrumsteden, waar de grote instellingen zijn. De minister degradeert de rest van Vlaanderen naar tweede klasse. Het zijn net deze lokale en bovenlokale initiatieven die mensen samenbrengen, laagdrempelig en dichtbij huis. Het is deze culturele laag die een dam blijft vormen tegen de atomisering en verzuring. Daar krijgt ons samenleven vorm. Als dit verdwijnt, verarmt ook de voedingsbodem van ons cultuurbeleid.
Het kan ook anders. Voor LOV2030 werken Leuven, de omliggende gemeenten en de provincie samen aan meer en betere cultuur voor iedereen, op maat van de regio. We kunnen dus perfect samen bouwen aan cultuurbeleid gebaseerd op nabijheid, gezamenlijke financiering en regionale regie.
De street art in de Paterskerk is niet meer te redden. Voor het bovenlokale cultuurbeleid is het nog niet te laat.